|
Naar aanleiding van 900 jaar Waltwilder werd er heel wat
informatie verzameld over Waltwilder.
Bedoeling is om deze info in de toekomst uit te geven in
boekvorm.

“Wilre” wordt
voor het eerst officieel geciteerd in een schenkingsakte uit 1096,
wanneer Gravin Ida van Boolen, aldaar gelegen gronden aan de abdij van
Munsterbilzen schonk.
De goederen werden geschonken voor het vertrek van haar zonen Godfried,
Boudewijn en Eustachius, naar de eerste kruistocht. Later voegde men
“wout-, walt-“ toe, om het dorp naar zijn ligging bij een bos, te
onderscheiden van het dicht bij Maastricht gelegen Wilre (thans Woller).
Etymologisch is Waltwilder dus te
interpreteren als een samengesteld woord, namelijk: een versmelting van
het Middelnederlandse “waut” en het Latijnse “Villare” wat hof, hoeve
betekent, waaruit Wilre is afgeleid. Anderzijds is er ook sprake van de
afleiding uit het Nederduitse “Wiler” dat een groep van huizen en hoeven
aanduidt. Door omzetting werd Wiler, Wilre. De Limburgse bevolking
vervangt de uitspraak “lr” door “ld” en zo ontstond Wilder.
Volgende benamingen werden terug
gevonden: 
1096 : Wilre
1280 :
Wautwilre
1367 :
Wautewilre
1381 :
Woutwijlre
1440 :
Woutwilre
1593 :
Wautwiller
1698 : Walt-Willeer
1800 :
Waltwildre
1809 :
Walt-Wilder
Waltwilder
Wij noemen ons dorp Willer. In het
dialect horen we ook Woller, Wolder of Wilder… Soms zijn meerdere schrijfwijzen terug te
vinden in periodes van meer dan 25 jaar. |